Bron: http://kynologenvakbondnederland.nl
De ziekte van Lyme, of Lyme-borreliose, is een immuungemedieerde ziekte die kan ontstaan na infectie met een bacterie uit de Borrelia-familie. Zowel mens als dier kan deze infectie oplopen na een beet van de teek ‘Ixodes ricinus’, een teek die veel voorkomt in Nederland en vaak ook drager is van de Borrelia-bacterie. Ongeveer 17.000 Nederlanders hebben in 2005 de ziekte van Lyme opgelopen. Dat zijn er 5000 meer dan in 2001 en zelfs drie keer zo veel als in 1994 (onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)). De ziekte van Lyme kan in uiterste gevallen lijden tot verlamming van de gezichtsspieren. Mensen kunnen door de ziekte ook in een rolstoel terechtkomen.

Er bestaat nog steeds onduidelijkheid of infectie met deze bacterie ook klinische symptomen kan veroorzaken bij de hond. Ook over hoe serieus een infectie genomen moet worden, lopen de meningen nogal uiteen. Als mensen worden blootgesteld aan Borrelia ontwikkelt 90% klinische verschijnselen, waaronder een acute ziekte met griepachtige verschijnselen en huiduitslag, gevolgd door gewrichtsontsteking en mogelijk hartproblemen, neurologische problemen of chronische huidveranderingen. Slechts 10% blijft asymptomatisch. Dit in tegenstelling tot experimenteel besmette honden, waarvan 95% geen symptomen vertoont. Alleen in puppies kan (nadat besmette teken op de hondjes gezet waren) een syndroom gezien worden van voorbijgaande koorts, slechte eetlust en gewrichtsontstekingen. Enkele maanden na infectie vertoonden de puppies een arthritis in de poot die het dichts bij de tekenbeet zat. De ziekte verdween vanzelf, zonder behandeling.
In ons land hebben veel (ook gezonde) honden antilichamen tegen Borrelia (seropositief). Het is daardoor moeilijk te zeggen of gewrichtsklachten ook echt door Lyme veroorzaakt worden. Wel lijkt het zo dat honden met ontsteking van meerdere gewrichten vaker seropositief testen voor Lyme dan gezonden honden. Dit is o.a. aangetoond bij Golden Retrievers, maar dat geldt waarschijnlijk weer niet voor alle rassen.
Het aantonen van een infectie met Borrelia is relatief eenvoudig, maar eventuele klinische symptomen zijn hier altijd moeilijk mee in verband te brengen.
Honden met de typische symptomen van Lyme kunnen vele andere infectieuze, immuungemedieerde en tumorale ziektes hebben. Men is snel geneigd een populaire diagnose als de ziekte van Lyme te accepteren, maar men moet goed beseffen dat elke zieke hond bij toeval seropositief kan zijn (aanwezigheid van antistoffen in het bloed).

Besmetting Bij elke tekenbeet kan na 18 tot 24 uur de bacterie Borrelia worden overgebracht. In Nederland komen er naast de enige Amerikaanse soort Borrelia burgdorferi die in Europa is geïmporteerd, nog minstens drie andere soorten voor die eventueel schadelijk kunnen zijn. Teken infecteren zich door bloed te zuigen van besmette dieren, zoals kleine knaagdieren en vogels, welke een continu reservoir van de bacterie vormen. Door daarna weer bloed te zuigen bij een ander dier, of de mens, brengt de teek Borrelia over via zijn speeksel of darminhoud. Teken bevinden zich vaak in bossen, lage begroeiing, weiden en groene stadsruimten. De ziekte wordt niet overgedragen van mens tot mens, noch van dier naar mens.
De tekendichtheid en het percentage met Borrelia geïnfecteerde teken lijken steeds toe te nemen en variëren sterk per locatie. Wat locatie betreft, vormen de Brabantse Kempen de hot spot voor teken en Borrelia, honden die daar geregeld in de bossen wandelen, zijn praktisch allemaal besmet met de Borrelia bacterie.
Hoe de hond reageert op infectie is sterk individueel en o.a. afhankelijk van de immuniteitsstatus en kan aldus sterk variëren.
Er zijn drie grote groepen te onderscheiden:
• slechts één periode van koorts en kreupelheid, waarna de bacterie geëlimineerd wordt en een levenslange beschermende immuniteit wordt opgebouwd. Na de klinische periode wordt een dalende antistoffentiter waargenomen, welke tot zeer lage waarden afneemt
• levenslang terugkerende klachten, welke steeds samenhangen met verhoogde antistoffentiters in het bloed. Deze honden kunnen maanden tot jaren helemaal gezond zijn en dan plots een aanval van kreupelheid of koorts vertonen, welke dan ook soms een antibioticumkuur kan vereisen
• chronische ziekte met blijvend verhoogde antistoffentiters, die helemaal niet reageren op antibioticumbehandeling.
Deze honden hebben een erg slechte prognose.
Gelijktijdige infecties met andere door de teek overgebrachte micro-organismen kunnen optreden. Hierbij dient men o.a. te denken aan Anaplasma phagocytophilum. In experimenteel besmette honden met Anaplasma en Borrelia, wordt ook meer kreupelheid gezien.
Samengevat kunnen we dus zeggen dat het ontwikkelen van de ziekte van Lyme afhankelijk is van een individuele aangeboren gevoeligheid, de immuniteitsstatus, de betrokken Borrelia-soorten, de infectiedosis en de frequentie van besmetting. Honden die ernstig ziek worden ten gevolge van Lyme zijn waarschijnlijk genetisch gepredisponeerd voor het ontwikkelen van immuungemedieerde ziektes. Berner Sennenhonden zouden wat dit betreft vier keer gevoeliger zijn dan andere rassen.
Symptomen bij de hond Bij honden worden in grote lijnen dezelfde symptomen als bij de mens gezien. Alleen het eerste stadium, de rode tot blauwpaarse huidverdikking op de plaats van de beet, komt bij de hond zelden voor.
Typische symptomen zijn koorts, terugkerende artritis (gewrichtsontsteking), nierfalen en een enkele keer hersenvliesontsteking.
Besmetting van volwassen honden met een goede immuniteitsstatus leidt bijna nooit tot klinische symptomen, tenzij ze een langdurige of heel hevige tekenbesmetting meemaken.
Besmetting van puppy’s daarentegen, veroorzaakt bij het overgrote deel (tussen 75 en 95 procent) na twee tot vijf maanden klinische symptomen. Deze blijven meestal wel beperkt tot enkele episodes van koorts en kreupelheid van de poot die het dichtst bij de tekenbeet zat. Deze pups kunnen na een antibioticumkuur echter levenslang drager blijven van de bacterie, zonder dat ze ook maar enige symptomen vertonen.
In het slechtste geval kan Lyme een immuungemedieerde ontsteking van de nieren veroorzaken, die gepaard gaat met proteïnurie (eiwitverlies via de urine).
Rassen zoals de Labrador, de Golden Retriever en de Sheltie zouden hier gevoeliger voor zijn.
Symptomen bestaan uit slechte eetlust, braken, uitdroging, vermageren en eventueel veel drinken en plassen.
Andere symptomen die bij de mens worden gezien, zoals neurologische, hart- en huidafwijkingen, komen zeldzaam voor bij de hond en zijn ook nergens in de literatuur terug te vinden.
Diagnostiek In ons land hebben veel (ook gezonde) honden antistoffen tegen Borrelia burgdorferi.
Bij de diagnostiek van de ziekte van Lyme is het dus belangrijk om niet alleen de infectie aan te tonen, maar ook alle andere oorzaken van koorts, kreupelheid en proteïnurie uit te sluiten.
Het aantonen van de infectie gebeurt het best door het aantonen van antistoffen tegenover de bacterie. Het aantonen van de bacterie zelf is erg moeilijk, omdat men niet zeker weet waar de bacterie zich precies bevindt tijdens de infectie.
Het aantonen van antistoffen tegen Borrelia geschiedt via:
1- ELISA test De antistoffentiter is vanaf 4-6 weken na infectie zichtbaar via deze test. Het percentage seropositieve honden kan regionaal zeer hoog zijn, maar een positieve titer wil niet zeggen dat er op dat moment ook een infectie aanwezig is. Een bijkomend probleem is dat er kruisreacties met antistoffen tegen soortgelijke bacteriën kunnen optreden, waardoor er bij een positief resultaat altijd een andere test moet worden gedaan ter bevestiging.
2- Borrelia anti-C6-antistoffen Recent is deze nieuwe test ontwikkeld, welke alleen een positief resultaat geeft wanneer levende Borrelia, die zich nog kunnen vermenigvuldigen, in het dier aanwezig zijn. Deze test is vaak al drie weken na de infectie via de tekenbeet positief. De test is zeer specifiek, waardoor er geen kruisreacties zijn tegenover andere antistoffen en er aldus geen bevestiging door een andere test nodig is.
Bovendien is de aangetoonde titer evenredig met het aantal Borrelia aanwezig in het dier. Deze titer stijgt snel na infectie en daalt weer 3 tot 6 maanden na behandeling. Deze titer is dus belangrijk om te bepalen of een behandeling al of niet zinvol is en om het succes van een eventuele behandeling na 6 maanden na te gaan.
Behandeling De therapie voor Lyme is niet wezenlijk anders bij dieren dan bij mensen. Anders dan bij mensen is dat de diagnose vaak in een later stadium gesteld wordt. Toch blijft de enige aangewezen behandeling een antibioticumkuur.
Aanbevolen antibiotica bij dieren zijn: amoxicilline, tetracycline en doxycycline in standaard doseringen gedurende 1 maand. Vaak wordt doxycycline gekozen, omdat deze ook effectief is tegen een eventuele infectie met Anaplasma phagocytophilum, welke regelmatig tezamen met de Borrelia bacterie voorkomt.
Honden met nierfalen moeten bijkomend medicatie en speciale voeding krijgen gericht op het eiwitverlies via de nieren (bv. ACE remmers, eiwitarm dieet, eventueel vloeistoftherapie).
Deze honden lijken veel trager te reageren op therapie dan honden met enkel gewrichtsklachten.
Wanneer behandelen? Alle seropositieve honden behandelen is niet zinvol en dit omwille van meerdere redenen. Eerst en vooral ontwikkelt meer dan 95 procent van de besmette honden nooit de ziekte van Lyme. Standaard gebruik van antibiotica zou in sommige gebieden betekenen dat bijna alle honden een maand lang antibiotica moeten krijgen, wat naast individuele neveneffecten ook de antibioticum-resistentie in de populatie zeer sterk in de hand zou werken. Men is het er zelfs niet over eens of antibiotica uiteindelijk alle weefsels in de hond vrijmaakt van de bacterie. Sommige onderzoekers veronderstellen dat de Borrelia bacterie kan veranderen in een bepaalde vorm welke ongevoelig is voor de inwerking van antibiotica, wat een chronische vorm van Lyme zou veroorzaken.
Wanneer nu wel behandelen? Het vertonen van artritis ten gevolge van de ziekte van Lyme is een eerste indicatie om te gaan behandelen. Deze aandoening reageert goed en snel op een korte kuur met antibiotica. Ook de aanwezigheid van proteïnurie is een belangrijke indicatie om zo snel mogelijk te starten met een behandeling.

Preventie • Mensen kunnen tijdens een wandeling de huid beschermen door het dragen van lange mouwen, lange broekspijpen en gesloten schoeisel. Tijdens de wandeling kunt u het beste op de paden blijven en niet door dichte begroeiing lopen, wat voor de hond meestal moeilijk te realiseren is
• Tekenwerende middelen toepassen bij uw huisdier
• Na elke wandeling controleren op de aanwezigheid van een tekenbeet
• Als er teken gevonden worden, moeten deze zo snel mogelijk verwijderd worden: de kop van de teek vastpakken met behulp van een tekentang of met twee vingers en in een draaiende beweging de teek uit de huid verwijderen. In eerste instantie niet trekken, maar enkel draaien, dan pas laten de weerhaakjes van de teek los. Het is namelijk belangrijk dat er geen delen van de teek in de huid achterblijven, anders kan dit erg gaan ontsteken. Als er een stukje van de speekselklier of de maag zou achterblijven, vergroot dit ook de kans op een besmetting met de Borrelia bacterie. De wond vervolgens ontsmetten met alcohol en de handen wassen (zie artikel zorgen om teken)
• Indien er na een tekenbeet één of meerdere van bovenstaande symptomen optreden, dient er zo snel mogelijk een dierenarts geraadpleegd te worden
Bronvermelding De ziekte van Lyme bij de hond, drs. E. den Hertog en drs. J.T. Bosje Diagnostische aspecten van Borrelia-infecties bij de hond, K.E. Hovius en D.J.Houwers http://kynologenvakbondnederland.nl |